slider

Verkiezingsprogramma

Lokaal:Solide & Sociaal

 

Programma 2018-2022

 

  1. De kernen: Kernbeleid wil de eigenheid van de dorpen behouden. Onder eigenheid verstaan wij:

kleinschaligheid, rustige groene, dorpen met de nadruk op wonen, recreatie, landbouw en kleinschalige lokale Industrie met een voorzieningenniveau passend bij de kern.

  1. Een sociaal gezicht: Wij streven naar een eerlijke verdeling van de lusten en lasten binnen de gemeente, waarbij we de kwetsbare groepen binnen onze samenleving de ondersteuning zullen blijven geven die zij nodig hebben.
  2. Solide gemeente: Wij staan voor een solide financiële huishouding van de gemeente. Dat betekent dat de gemeentelijke organisatie zeer efficiënt en resultaatgericht dient te werken om meetbare doelen te realiseren en dat we wars zijn van dure prestigieuze projecten.

1. Inleiding

De kandidaatsraadsleden van Kernbeleid willen de verantwoordelijkheid dragen de komende raadsperiode 2018-2022,om zoveel mogelijk van dit voorliggend programma te realiseren. Zo hebben wij getracht de visie van Kernbeleid op de belangrijkste items te vertalen in dit programma. Het doel is dat de gekozen raadsleden op basis van deze visie een actieve en enthousiaste bijdrage gaan leveren aan het raadswerk en voor u een uitleg over de visie van Kernbeleid. Het programma heeft tot doel dat het raadslid zich beter kan toeleggen op het kaderstellen en als volksvertegenwoordiger kan functioneren.

Uw stem op Kernbeleid maakt het mogelijk om ons werk als volksvertegenwoordiger van alle kernen ook in de periode 2018- 2022 voort te zetten. Dus stem op Kernbeleid als u zich kan vinden in dit programma.

 

2. Ambtelijke organisatie

Kernbeleid streeft naar een kwalitatief goede en efficiënte ambtelijke organisatie die gemotiveerd is, klantgericht, snel en resultaat gericht en die daarbij binnen de gestelde kaders opereert.

Kernbeleid hecht belang aan interactief beleid. Dit betekent vooraf een actieve opstelling van de ambtenaren om met klankbordgroepen en platforms van belanghebbenden te overleggen over de keuzes betreffende nieuwe beleidsvoorstellen. Wel dient er voor gezorgd te worden dat  klankbordgroepen een goede vertegenwoordiging zijn van alle belanghebbenden.

De resultaten uit de burgerpeiling “waar staat je gemeente” zijn de meest objectieve gegevens die de basis moeten zijn voor de te maken keuzes in de uiteindelijke voorstellen.

Iedereen die contact heeft met ambtenaren, hetzij aan de balie, telefonisch, schriftelijk of per e-mail, dient tijdig, op een correcte, vriendelijke wijze en met een open instelling te worden geholpen. De digitale dienstverlening gaat hierin een steeds belangrijkere rol spelen. Door de digitale informatie gemakkelijk toegankelijk te maken,kunnen inwoners op een door hen zelf gekozen moment bij de gemeente terecht. Deze informatie dient correct, gemakkelijk te vinden en zo volledig mogelijk te zijn. Ook moet het aantal diensten,waar mogelijk, worden uitgebreid zodat uiteindelijk bijna alles vanuit huis kan worden aangevraagd.

 

3. Financiën

 

Kernbeleid kiest voor een jaarlijks sluitende begroting. Het uitgangspunt van Kernbeleid daarbij is dat de OZB geen sluitpost mag worden om deze sluitende begroting te krijgen. Daarnaast zal Kernbeleid de sociaal zwakkeren blijven ontzien en blijven ondersteunen.

Kernbeleid is zich zeer bewust dat de gemeente omgaat met gemeenschapsgeld. Op het gemeentehuis moet daarom klantvriendelijk, eenvoudig, efficiënt en kostenbewust gewerkt worden en de politiek is daar verantwoordelijk voor. Het inhuren van “dure” externe adviseurs dient te worden beperkt.

Door samenwerking met andere gemeenten in de Kempen kan er nog altijd geld worden bespaard. Ook door het oude beleid kritisch tegen het licht te houden, kan er financiële ruimte voor nieuw beleid gevonden worden. Ook in het recente verleden heeft Kernbeleid bewezen dat dit mogelijk is.

 

De uitgaven van de transities in het sociaal domein worden steeds duidelijker, maar hier liggen ook nog grote risico’s. Er dient een vinger aan de pols te blijven om deze risico’s tijdig te signaleren zodat er ingegrepen kan worden indien noodzakelijk.

 

In de begroting zal nog meer dan nu, duidelijk moeten worden welke meetbare doelen er worden nagestreefd en welke activiteiten daarvoor moeten worden gedaan. En ook welke financiële uitgaven daarmee zijn gemoeid. Dit alles om betere keuzes te kunnen maken. Bij elk project moet nagegaan worden hoe de beoogde doelen zo goedkoop mogelijk gerealiseerd kunnen worden.

 

4. Welzijn

Nog steeds geldt het adagium van Kernbeleid “welzijn leidend”. Dat wil zeggen dat we allereerst willen sturen op maatschappelijke effecten. We willen dus aspecten van welzijn voor de kernen en voor doelgroepen aantoonbaar verbeteren. Dat betekent dat we vooraf concreet omschrijven wat we willen bereiken en wanneer, en dat we achteraf nagaan of we dat inderdaad bereikt hebben.

 

Vrijwilligers vormen de smeerolie van de samenleving. Daarom zouden wij graag zien dat meer jonge mensen (vrijwillig) vrijwilligerswerk doen, en meer mensen, met name vitale ouderen, kortdurend vrijwilligerswerk doen. Maar we moeten ook oppassen om de vrijwilligers niet te overvragen. Zeker niet binnen het sociaal domein. Een goed functionerend vrijwilligerssteunpunt vinden wij noodzakelijk, dat met name de waardering van de gemeente gestalte geeft, een vacaturebank uitvoert en advies geeft en ondersteuning biedt. Ook kan het vrijwilligersteunpunt scholing aanbieden op basis van de behoefte van groepen vrijwilligers.

 

Verenigingen zijn in elke kern onmisbaar. Dat maakt een kern levendig, zorgt voor sociale betrokkenheid en biedt recreatiemogelijkheden. De gemeente moet ervoor zorgen dat nagenoeg alle verenigingen in een kern een goede en betaalbare locatie hebben voor hun activiteiten. Daarom is een goed geoutilleerd gemeenschapshuis of MFA , dat een huur vraagt die past bij een actief verenigingsleven erg belangrijk.

 

Alle inwoners moeten in feite aan kunnen geven wat ze goed vinden en wat ze niet goed vinden in hun kern en in de gemeente. Omdat we nu deel nemen aan het landelijke onderzoek “waar staat je gemeente” wordt  het leefbaarheidonderzoek niet meer gedaan. Het is zaak dat we blijven peilen naar de bevindingen van onze inwoners. Het beschikken over kernspecifieke gegevens kan belangrijke informatie leveren over waar elke kern behoefte aan heeft. Dit wordt bij een mogelijke herindeling in de toekomst nog belangrijker. Daarnaast is ook burgerparticipatie in de vorm van dorpsraden en leefbaarheidgroepen belangrijk. Hun inbreng zal door Kernbeleid altijd worden afgezet tegen de gegevens van de onderzoeken en op die manier worden betrokken bij de besluitvorming.

 

Ook moeten we ervoor waken dat niet nog meer voorzieningen verdwijnen uit de kleine kernen. De gemeente moet stimuleren en of subsidiëren dat er kleinschalige voorzieningen komen met inzet van vrijwilligers en/of als dagbesteding van mensen met een beperking. Dit kunnen voorzieningen zijn in de detailhandel, maar dat kan ook een kinderboerderij zijn.

 

Kernbeleid is een sociale partij die veel aandacht heeft voor kwetsbare groepen en voor deze groepen extra middelen wil inzetten zodat ze zich kunnen ontplooien en volop mee kunnen doen in de maatschappij: dat wil zeggen: lid kunnen zijn van organisaties en verenigingen, kunnen sporten, aan voldoende informatie kunnen komen en hiervoor voldoende inkomen hebben.

 

Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen maar moeten wel alle ondersteuning die ze wensen laagdrempelig kunnen verkrijgen. Doel is dat minder ouders problemen ervaren in de opvoeding van de kinderen en dat kinderen met ontwikkelingsproblemen in een vroeg stadium herkend en geholpen worden. Het schoolmaatschappelijk werk mag niet verdwijnen op de scholen.

 

Een brede school met een voorschoolse en naschoolse opvang is (reeds) aanwezig in elke kern. Wij willen dat daarnaast op de basisschool onafhankelijk van de kinderopvang professioneel peuterspeelzaalwerk wordt aangeboden voor kinderen die verder geen gebruik maken van de voorschoolse opvang. Voor de jeugd van 2-18 jaar moeten er in de nabije omgeving voldoende veilige en uitdagende speel -en/of ontmoetingsplekken zijn. Deze plekken moeten altijd in overleg met en met instemming van de buurt ingericht, ontwikkeld en eventueel weer ontmanteld worden.

.

Alcoholmisbruik onder jongeren moet bestreden worden: geen alcohol onder de 18 jaar en matig alcoholgebruik boven 18 jaar. Drugs en alcoholmisbruik is niet alleen slecht voor de gezondheid maar leidt bij jongeren vaak tot gedrag waar ze later spijt van krijgen. Daarom dient de gemeente actief mee te doen aan projecten die misbruik van alcohol en drugs tegen gaan. Jongeren die dreigen te ontsporen moeten tijdig een hulpverleningsaanbod krijgen. De gemeente is verantwoordelijk voor de hele jeugdzorg. Hiermee heeft het Rijk een zware verantwoordelijkheid bij de gemeente neer gelegd, zeker omdat er ook nog is gekort op het budget. Dat jongeren vroegtijdig en snel geholpen worden met hun problemen is erg belangrijk. Dan kan de juiste behandeling snel worden ingezet en zodoende worden voorkomen dat het een langdurig en daarmee kostbaar probleem wordt. Dit is vooral in het belang van de jongere en komt de gemeente ook goed uit.

 

Inwoners met een handicap of een chronische aandoening hebben de ondersteuning van de gemeente nodig via de WMO. Kernbeleid vindt dat de gemeente hierin niet ‘krenterig’ mag zijn. Aanvragen moeten vanuit de behoefte van de aanvrager snel beoordeeld en afgehandeld worden. En ook de voorziening moet snel verstrekt worden.

 

Arbeidsparticipatie is bijzonder belangrijk met name voor de doelgroep jonger dan 67 jaar. Daarom moet de gemeente ruimhartig meewerken aan projecten en instanties voor gesubsidieerde arbeid, bijvoorbeeld de WVK of regelingen voor werkgevers die personen met een arbeidshandicap in dienst nemen.

Voorkomen moet worden dat de formele zorg nog verder afkalft en dat er nog meer beroep gedaan wordt op mantelzorgers. De gemeente moet zorgen dat er dagopvang met een zinvolle dagbesteding is voor mensen waarvoor arbeidsparticipatie niet (meer) of nog niet kan. Mantelzorgondersteuning moet kunnen bestaan uit hulp in natura (respijtzorg of hulp aan mantelzorger zelf), advies, en/of financiële ondersteuning indien nodig. Het doel is dat minder mantelzorgers problemen ervaren.

Binnen de WMO moeten mensen de mogelijkheden blijven behouden voor een PGB (persoonsgebonden budget) en het bedrag van het PGB moet voldoen aan de richtlijnen.

Agenda 22 is nog steeds een goede leidraad voor de gemeente om haar beleid voor gehandicapten aan te toetsen. Agenda 22 verwijst naar de 22 Standaardregels die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aanvaardde in december 1993 Als beleidsplannen gebaseerd worden op de 22 Standaardregels, dan kan een gemeente de leefsituatie van mensen met beperkingen verbeteren.

 

Betaalde arbeid is belangrijk voor het kunnen voorzien in het eigen levensonderhoud en het levensonderhoud van de gezinsleden. Daarnaast verschaft het doorgaans sociale contacten, dagstructuur en waardering. De gemeente moet zich daarom inspannen om mensen die niet op eigen houtje werk kunnen vinden hierbij te helpen. Daarbij hebben jonge mensen voorrang. Gesubsidieerde arbeid kan een alternatief zijn, in principe tijdelijk, maar in sommige gevallen structureel (WVK). Gesubsidieerde arbeid is altijd beter dan thuis zitten. Mocht het langdurig niet lukken om  betaalde arbeid te vinden, dan is een bijstandsuitkering een oplossing. Mensen met een uitkering kunnen voor langere of kortere tijd verplicht worden om werkervaring op te doen. Onterecht gebruik van uitkeringen moet worden tegengegaan. Wij zijn verder voor een ruimhartige toepassing van het minimabeleid. Verstrekkingen zijn voor personen met maximaal een inkomen op 120% van het bestaansminimum. Vooral gezinnen met kinderen moeten aangespoord worden om indien ze aan de criteria voldoen, gebruik te maken van de voorzieningen. Die voorzieningen moeten voor alle leeftijden van de kinderen gelijk zijn: oudere kinderen kosten iets meer, maar hebben de mogelijkheid om met kleine baantjes iets bij te verdienen. Wij willen verder dat in geen geval gezinnen met kinderen hun huis worden uitgezet.

Inwoners die om andere redenen niet goed kunnen meedoen in de maatschappij bijvoorbeeld mensen met heel weinig opleiding (o.a. laaggeletterdheid,) allochtonen, slachtoffers etc.

Wij willen dat alle andere kwetsbare groepen die ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om mee te kunnen doen in de maatschappij (dus een betaalde baan kunnen krijgen / lid kunnen zijn van sportclubs en/of culturele verenigingen, en gebruik kunnen maken van informatiebronnen zoals internet),

 

De gemeente is verplicht om een lokaal gezondheidsbeleid vast te stellen. Omdat kwetsbare personen vaak een combinatie hebben van problemen, waaronder chronische gezondheidsproblemen, zijn er veel raakvlakken met de WMO. Bovendien wordt gezondheid gezien als een toestand van zowel lichamelijk als psychisch en sociaal welbevinden. Wij vinden dat het lokale gezondheidsbeleid evalueerbaar en resultaat gericht moet zijn met concreet geformuleerde maatschappelijke effecten op de volgende gebieden: afname alcoholgebruik van jongeren, tegengaan van roken door jongeren, verminderen van het aantal mensen met overgewicht en het verminderen van het aantal mensen met depressie of eenzaamheid.

 

Het bevorderen van sport en beweging krijgt voor kernbeleid gestalte in het sport en accommodatiebeleid, waarbij de gemeente Eersel zich verplicht tot de instandhouding van accommodaties voor voetbal, korfbal, tennis, in elke kern. Daarnaast in de kern Eersel ook voor honkbal, softbal en atletiek. Jammer genoeg heeft de gemeente gekozen om sportaccommodatie samen te voegen. Kernbeleid is hier op tegen. Het samenvoegen van accommodaties kan alleen als de verenigingen daar zelf om verzoeken en daar volkomen achterstaan. Kernbeleid vindt het  belangrijk dat in het eigen dorp gesport kan worden, en dit is ook goed voor de sociale cohesie.

 

5. Onderwijs

 

Voor Kernbeleid is de vrijheid van onderwijs, van openbaar en bijzonder onderwijs en onderwijs aanbod in alle kernen een belangrijk punt. Laagdrempelig maar kwalitatief goed peuterspeelzaalwerk toegankelijk voor alle inkomens. De afgelopen jaren is het peuterspeelzaalwerk en tevens de kinderopvang sterk geprofessionaliseerd. Het signaleren van ontwikkelingsachterstanden o.a. taal- en spraakontwikkeling) is daar een voorbeeld van. De Brede scholen die nu in onze kernen gerealiseerd zijn een grote stap in de totale integratie van kinderopvang en peuterspeelzalen en basisonderwijs. De Brede scholen maken ook mogelijk dat de scholen in de kleine kernen kunnen blijven staan en daarmee de leefbaarheid in onze dorpen behouden blijft

Schoolverzuim is voor Kernbeleid een belangrijk punt: dit moet worden bestreden. Schoolverzuim heeft vaak een directe relatie met de gezinssituatie. Wij willen dan ook dat via een goed overleg tussen ouders/verzorgers en de leerplicht ambtenaar een goed begeleidingsplan wordt samengesteld en uitgevoerd. Daarnaast vinden wij dat het onderwijs, over de gehele breedte, voldoende aandacht moet besteden aan pesten en agressie. Pesten en agressie beschadigen jonge mensen en geven een onveilig gevoel. Hierdoor kan hun functioneren belemmerd worden. Ook schoolmaatschappelijk werk voorziet in een duidelijke behoefte en dient daarom gesubsidieerd te blijven. Voor ons staat het belang en het welzijn van het kind centraal. Het speciaal onderwijs verdient herwaardering; mag zeker niet afgeschaft worden; er moet dringend meer geld van het Rijk komen.

Het beschikbaar stellen van geld voor een sportcoördinator die gewoon een onderwijstaak uitvoert die bij de school hoort vinden wij hier in niet passen.

Samengevat betekent dit op het gebied van onderwijs:minimaal een basisschool in iedere kern waarbij de kleinschaligheid wordt behouden, en een scherpe controle op hygiëne plaatsvindt, waar sport- en natuuronderwijs, en sociale vaardigheden worden bijgebracht.

 

6. Vrijetijd

 

Recreatie: vrijetijdsbesteding buitenshuis, buiten het georganiseerde verenigingsleven.

Vrijetijdsbesteding in de vorm van sport, recreatie en ontmoeting is een belangrijk element als het gaat om ontspanning, het hebben en houden van sociale contacten, de ontwikkeling van sociale vaardigheden of het bevorderen van de volksgezondheid en de sociale cohesie. Kernbeleid streeft naar een goed voorzieningenniveau voor elke kern. Goede speelvoorzieningen, wandel- en fietspaden zijn hierbij erg belangrijk. Ook pleinen zijn noodzakelijk voor evenementen en activiteiten in de open lucht. Jongeren vinden uitgaansgelegenheden erg belangrijk. De gemeente dient mee te denken aan de ontwikkeling van deze gelegenheden voor de doelgroep onder de 18 jaar.

Toerisme heeft een aantal positieve effecten. Het biedt op de eerste plaats werkgelegenheid. Daarnaast biedt toerisme voor velen aanvullende inkomsten. Verder bevordert het de levendigheid van de dorpen en kunnen soms voorzieningen behouden blijven of tot stand worden gebracht waarvan ook de eigen inwoners kunnen profiteren. Daarnaast zijn er ook negatieve effecten, zoals een toename van verkeersdrukte, parkeerproblemen en lawaaioverlast. Bij nieuwe grotere initiatieven moeten door de initiatiefnemer maatregelen worden genomen in een totaalplan, die genoemde negatieve effecten tot een minimum beperken. Dit totaalplan dient in overleg met een klankbordgroep (die wordt samengesteld uit directe belanghebbenden) te worden beoordeeld of hieraan kan worden voldaan. Deze initiatieven moeten tevens passen in de omgeving en dienen kleinschalig te zijn. Grootschalige toeristische attracties met meer dan 50.000 bezoekers per jaar dienen bij voorbaat al een plaats te zoeken buiten de gemeente Eersel.

 

7. Verkeer / mobiliteit

 

Voorkomen van ongevallen en het wegnemen van onnodige angst zijn de uitgangspunten van Kernbeleid op het gebied van veiligheid. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar kwetsbare inwoners: ouderen, gehandicapten en kinderen.

 

Ten aanzien van de objectieve veiligheid wil Kernbeleid een daling van het aantal verkeersongevallen / slachtoffers bewerkstelligen. Wij denken dat de subjectieve veiligheid daardoor ook verbetert. Druk verkeer, vooral van auto’s en vrachtauto’s leidt tot objectieve en subjectieve onveiligheid, maar veroorzaakt ook geluidsoverlast, overlast vanwege trillingen en luchtvervuiling.

 

Gebrek aan mobiliteit is vooral een probleem, wanneer voorzieningen niet binnen handbereik zijn of je van anderen afhankelijk bent wanneer je ergens naar toe wilt gaan. Via collectief vraagafhankelijk vervoer wordt in deze problematiek voor een deel voorzien, met name voor gehandicapten. Kernbeleid wil in het kader van het leefbaar houden van onze kernen initiatieven stimuleren die het mogelijk maken, dat iedereen zich zelfstandig kan verplaatsen.

 

Vrachtverkeer in de kernen dient af te nemen. Voor het vrachtverkeer dienen dan wel alternatieve routes aangegeven te worden. Voorwaarde voor deze alternatieve route is wel dat het langzame verkeer gebruik kan maken van veilige, goed verlichte, vrij liggende fietspaden.

Kernbeleid wil binnen en buiten de bebouwde kom een weginrichting volgens duurzaam veilig, waarbij zo min mogelijk wordt overgaan tot het aanleggen van hoge drempels. (hoger dan 8 cm) Daarnaast vindt Kernbeleid het belangrijk dat doorgaand verkeer rijdt op doorgaande wegen en er dus geen sluipverkeer is op plaatsen die daarvoor niet geschikt zijn. Dorpsraden en leefbaarheidgroepen kunnen hierin goed adviseren.

 

Het verkeer rondom de scholen is vaak chaotisch. Wij willen dat daar met prioriteit goede oplossingen voor gerealiseerd worden. Voor wat betreft het onderhoud aan de infrastructuur, vooral de fiets- en voetpaden, is veiligheid het belangrijkste aspect. Hierna komen pas uitstraling en comfort en een goede verlichting. Kernbeleid wil graag de ontbrekende fietspaden aanleggen. Zoals een fietspad van Duizel-Knegsel (Duiselseweg-Knegeselsedijk), Steensel-Riethoven (Stevert) en Knegsel–Hoogeloon (Urneweg). Hierdoor stimuleren we het fietsgebruik en zorgen we ook voor veiligheid.

 

Het sluitstuk van al deze maatregelen is de naleving en handhaving van de regels. Hiervoor dienen goede afspraken te worden gemaakt met de politie. Maar ook het stimuleren van educatie en het beschikbaar stellen van educatiemiddelen op de scholen kan bijdragen tot een veiligere gemeente.

8. Groen

De bebouwde kom in de gemeente Eersel  is nog altijd een groene openbare ruimte waarin het goed vertoeven is. Dit willen we graag zo houden. Ook kunnen onze inwoners en toeristen recreëren in een groene omgeving. Gebruiksmogelijkheden zoals wandelen, zitten, fietsen, spelen, vinden we belangrijk. Wonen in een groene omgeving komt daarnaast  de gezondheid van mensen ten goede. Wij hechten veel belang aan cultuurhistorisch groen. Dat moet zoveel mogelijk behouden blijven. In uitzonderlijke gevallen staan wij toe dat in beperkte mate openbaar groen in de kernen ingezet wordt voor woningbouw.

Het openbare groen mag niet leiden tot een groot gevoel van sociale onveiligheid bijvoorbeeld te donkere plekken waar mensen niet graag langslopen of fysieke onveiligheid door laaghangende takken, ongedierte welke hinder veroorzaakt, of struikelgevaar door opgroeiende wortels. Onderhoud aan het gemeentelijk groen dient beperkt te zijn (eenvoudig uit te voeren) en de milieubelasting van het onderhoud dient daarbij gering te zijn. En nieuwe aanplant van bomen moet plaatsvinden in groenstroken en niet in trottoirs. Kernbeleid wil behoud van het landelijke en agrarische karakter van het buitengebied. Wij zien ons buitengebied niet op de eerste plaats als het park voor de toerist en de stedeling, maar als de ruimte waar onze eigen inwoners van de buitenlucht en de natuur kunnen genieten en waarin agrariërs hun eigen plek kunnen behouden. Wij willen daarom hen betrekken bij het beheer van het landschap. Nieuwe natuur moet zoveel mogelijk met particulier geld gerealiseerd worden. Daarom is Kernbeleid voorstander van nieuwe landgoederen.

9. Milieu

 

Een duurzaam gebruik van onze energiebronnen en het duurzaam handelen zijn de laatste jaren veel besproken onderwerpen. Ook Kernbeleid is van mening dat bij duurzaamheid een energieneutrale gemeente hoort waarbij duurzame bronnen volledig de energievraag van de gemeente voorzien. Alleen hebben wij bezwaren bij het plaatsen van windturbines. Daarnaast zijn het beperken van afval en het beschermen van het oppervlakte water belangrijke aandachtsgebieden. Door ons eigen handelen, leveren milieufactoren een belangrijke bijdrage aan gezondheidsproblemen in Nederland. Met name de luchtverontreiniging, verontreiniging van het binnenmilieu en geluidshinder veroorzaken deze problemen. De temperatuurstijging als gevolg van de CO2 uitstoot zal ook op lokaal niveau aangepakt moeten worden. Dit zal de komende jaren een zware noodzakelijk opgave worden. Kernbeleid denkt hierbij aan: het ondersteunen van initiatieven van particulieren en ondernemers, door de vergunning verlening te vereenvoudigen, en door lagere leges te heffen. De gemeente heeft hierin een voorbeeld en regie functie.

 

Inwoners, verkeer, industrie en de landbouw, zorgen met name voor de uitstoot van stikstof, ammoniak, CO2  en fijn stof. Ons beleid moet erop gericht zijn om de uitstoot van deze stoffen te verminderen. Het gebruik van de auto en met name ook het vrachtverkeer binnen de bebouwde kom zoveel mogelijk terug te dringen en om drukke verkeerswegen niet door of dicht langs de kern te laten gaan. Er moeten wel alternatieve routes voor het vrachtverkeer aangegeven worden. Stilstaan en optrekken van auto’s is schadelijker dan langzaam rijden. Vanuit veiligheid en gezondheid hebben rotondes dus de voorkeur boven verkeerslichten. Voor de industrie en landbouw zijn er allerlei maatregelen te nemen waarmee de uitstoot van schadelijke stoffen verminderd kan worden. Hierin moeten wij deze bedrijven ondersteunen om het uitvoeren van deze maatregelen mogelijk te maken.

Van belang zijn ook goede en veilige fietsverbindingen tussen de dorpen en naar de industrieterreinen. Verder moet de gemeente stimuleren dat er snelle (nagenoeg) gratis busverbindingen bij komen naar de omliggende gemeenten. Ook kan de gemeente energiezuinig autorijden en carpoolen promoten. Autoverkeer is de belangrijkste veroorzaker van geluidshinder. Daarom willen wij het autogebruik in de kernen terugdringen en het openbaar vervoer uitbreiden. Ook willen wij bij onderhoud aan wegen, deze stiller maken door voor een andere bestrating te kiezen als de aangetoonde overlast daardoor afneemt. Daarnaast zijn wij voorstander van geluidswallen en geluidsschermen langs Rijks- en provincialewegen.

Het vliegverkeer zorgt voor steeds meer overlast, maar ook voor luchtverontreiniging. Wij blijven ons inzetten om toename van lawaaihinder van het vliegverkeer vanaf Eindhoven Airport tegen te gaan en daarbij ook te waken voor de verruiming van de openingstijden.

 

We streven zowel het indammen van de afvalproductie na als beperking van het zwerfafval. Om beide doelen te kunnen realiseren, vinden wij dat er goede voorlichting moet komen. Daarnaast moeten er goede voorzieningen zijn en de huidige voorzieningen moeten in stand worden gehouden. Er moet actief handhavend worden opgetreden tegen zwerfafval en hondenpoep. Verder staan wij achter het principe dat de vervuiler betaalt en dat het vastrecht laag moet zijn.

 

In Vessem is een drinkwaterwingebied. Dit drinkwater is van uitmuntende kwaliteit. Dat willen wij graag zo houden. Voor ons is de kwaliteit van de bodem dus een belangrijk punt, verontreiniging moet dan ook worden tegengegaan.

 

10. Woningbouw

 

Belangrijkste punt voor Kernbeleid is dat er in iedere kern die woningen gebouwd moeten worden waar behoefte aan is. Hierbij is het noodzakelijk dat de gemeente beschikt over een actuele woonvisie. Een document waarbij onderzoek is gedaan naar de soort en het aantal woningen waaraan de inwoners behoefte hebben. Het is daarbij noodzakelijk dat de woonvisie regelmatig wordt herzien zodat de juiste type woningen worden gebouwd. Het is naar onze mening zo dat iemand uit Wintelre die in Wintelre wil blijven wonen, dat ook moet kunnen en niet noodgedwongen elders moet gaan wonen. In verschillende kernen is de laatste jaren al wel wat gebouwd, al is het vaak nog te weinig aan bijvoorbeeld huurwoningen en nog onvoldoende voor met name starters en senioren. Er vindt in verschillende kernen nog altijd een ongewenste ontwikkeling plaats als het gaat om het wegtrekken van jongeren uit de gemeente. Wij geloven dat dit voornamelijk komt omdat er een tekort is aan goedkope woningen en er een overschot is aan te dure koopwoningen. Het vertrek van jongeren uit de gemeente is het begin van het uithollen van de leefbaarheid in de dorpen. Zonder woningen voor onze jongeren verdwijnt de schwung in een dorp, de aanwas van verenigingen en ook natuurlijk de geboorte van nieuwe inwoners. Scholen en verenigingen merken dit als eerste. Het lijkt een vicieuze cirkel te zijn en wij moeten die doorbreken door het bouwen van voldoende en een gevarieerd aanbod van woningen voor starters en senioren.  Echter deze starterswoningen dienen ook starterswoningen te blijven. Dat kan door met een woningcorporatie samen te werken in een systeem van koopgarant. Daarnaast blijft prioriteit houden: het actief op zoek gaan naar in- en uitbreidingslocaties in elke kern.

11. Werkgelegenheid, bedrijvigheid en economie

Ons doel op het gebied van werkgelegenheid is dat er voor de gehele beroepsbevolking van  de gemeente Eersel in de nabije omgeving (van de gemeente Eersel en de omliggende gemeenten) geschikt werk aanwezig is zonder dat dit veel vervoersbewegingen met zich mee brengt. Daarnaast stellen wij de volgende subdoelen voor:

  • Op de bestaande bedrijventerreinen wordt gestuurd op een grotere diversiteit aan bedrijven, van laaggeschoold werk tot kennistechnologie en een scala aan bedrijven / organisaties in de dienstensector.
  • Voor nieuwe bedrijventerreinen wordt altijd in regionaal verband de behoefte gepeild. Op de eerste plaats de behoefte aan extra werkgelegenheid, op de tweede plaats de  behoefte aan nieuw vestiging van bedrijven en op de derde plaats de behoefte aan uitbreiden bestaande bedrijven vanwege het streven naar een grotere diversiteit.
  • Nieuwe bedrijven of bestaande bedrijven die een grotere ruimte nodig hebben dan 5000 m2 kunnen (conform provinciaalbeleid) niet in de gemeente Eersel terecht en zullen moeten uitzien naar een andere locatie. Bijvoorbeeld het Kempisch Bedrijven Park.
  • Kleinschalige bedrijvigheid in de kernen is in principe mogelijk tenzij er veel vervoersbewegingen mee gemoeid zijn, of onevenredige overlast te verwachten is. Dit is afhankelijk van het soort en aard van het bedrijf.
  • Bestaande bedrijven die overlast voor de omgeving veroorzaken,worden gestimuleerd om te verhuizen naar een bedrijventerrein (win-win situatie)
  • Milieu- en bouwvergunningen moeten bestaan uit handhaafbare regelgeving en er dient hierop regelmatige controle te zijn.
  • Voor er uitbreiding of nieuwe bedrijventerreinen komen,moeten altijd oudere terreinen gerevitaliseerd worden. Het aanleggen van nieuwe terreinen dient beperkt te blijven. Daarnaast dient de noodzaak goed te zijn onderbouwd en moet een duidelijke toename van de werkgelegenheid omvatten.
  • Elk industrieterrein dient een goede ontsluiting te hebben, zodat van vrachtverkeer geen overlast wordt ervaren. Daarnaast dient er een goede woon – werk fietsverbinding te zijn.
  • Voor mensen met een arbeidshandicap is de WVK een goed alternatief van reguliere arbeid. De gemeente blijft de WVK ondersteunen door het afnemen van diensten.
  • Vanuit de participatiewet moeten gemeenten ervoor zorgen dat mensen met een arbeidshandicap ook bij reguliere bedrijven een betaalde baan kunnen vinden. Dat zal zeker niet in alle gevallen lukken. De gemeente zal hier ook een oplossing voor moeten bieden in overeenstemming met de mogelijkheden.
  • Voor mensen die ondanks bij- en nascholing, stages etc., geen betaalde baan kunnen krijgen, kan gesubsidieerde arbeid een optie zijn.
  • Bedrijvigheid in en om de landbouw blijft een belangrijke pijler van het platteland en mag bovenop het landelijke beleid geen extra gemeentelijke beperkingen opgelegd worden.

 

12. Veiligheid en handhaving

Veiligheid is een van de basisvoorwaarden voor een leefbare samenleving. Het bevorderen van de veiligheid vraagt om een integraal beleid met meetbare doelstellingen. Handhaving is een krachtig instrument in het bevorderen van de veiligheid. Er moet echter wel voor gewaakt worden dat, door de nadruk te leggen op veiligheid, gevoelens van onveiligheid niet worden aangewakkerd. Het subjectieve gevoel van onveiligheid loopt vaak niet parallel met objectieve cijfers over onveiligheid. Het integrale veiligheidsbeleid moet gebaseerd zijn op objectieve gegevens, maar wel rekening houden met de subjectieve beleving.

In de openbare ruimte is kennen en gekend worden een voorwaarde om de subjectieve veiligheid in een buurt op peil te houden. Met eenvoudige middelen kunnen de sociale samenhang en de sociale controle vergroot worden. Leefbaarheidprojecten en initiatieven van buurtverenigingen moeten daarom gestimuleerd worden. Het onderhouden van de wegen, fiets- en voetpaden en aanpalende groenstroken is eveneens nodig. Verder kan een afgewogen verlichtingsplan, zonder dat de gemeente volledig in het licht staat, hieraan bijdragen. Daarnaast vindt veiligheid zijn oorsprong in de inrichting van de wijken. Er moet dan ook bij nieuwbouw dan wel herinrichting nadrukkelijk aandacht zijn voor de sociale veiligheid.

 

In en om huis kunnen het politiekeurmerk ‘Veilig Wonen’ en buurtpreventieprojecten bijdragen aan het voorkomen van woninginbraak. Daarnaast is een goede nazorg na een inbraak erg belangrijk. Huislijk geweld moet bestreden en voorkomen worden. Het Meldpunt Huislijk Geweld zoals dat in de Kempen wordt uitgevoerd, moet een structurele voorziening blijven en bij eenieder bekend worden.

 

Handhaving begint bij het stellen van duidelijke regels op alle gebied. Het stellen van duidelijke, alleen de noodzakelijke, regels binnen de bestemmingsplannen, bouwvergunningen, gebruiksvergunningen, APV vraagt om deskundigheid. Het benoemen van uitzonderingen en het geven van oprek mogelijkheden binnen de gemeentelijke verordeningen, bestemmingsplannen, bouwvergunningen, bijstandsbesluiten, APV dienen voorkomen te worden. Hieraan zie je dat handhaving een veel breder gebied bestrijkt dan alleen veiligheid, maar ook betrekking heeft op de gebieden zoals ruimtelijke ordening, milieuwetgeving, horeca en bijstandsuitkeringen. Op al deze gebieden zal de handhaving zorgvuldig, correct en eenduidig moeten zijn. Hierbij zijn gedoogsituaties niet aan de orde. Deze scheppen ongelijkheid en verwarring onder de burgers. Daarom keuren wij gedogen af. Wanneer er zich een gedoog situatie voor doet, moet deze binnen korte termijn (max. halfjaar) zicht hebben op legalisatie. Mocht zich een situatie voor doen dat deze termijn overschreden wordt, dient hier een besluit van de gemeenteraad aan ten grondslag te liggen. Het uitvoeren van het handhavingsbeleid dient zonder tussenkomst van politiek verantwoordelijk personen te geschieden. Het dient de meest autonome afdeling te zijn van de gemeente. Echter er dienen wel concrete doelen gesteld te worden en het behaalde resultaat moet gerapporteerd worden. Bij de controles dient integraal en transparant te worden gewerkt.

 

13. Mondiaal beleid

Kernbeleid staat voor de leefbaarheid van de 6 kernen en komt op voor kwetsbare groepen in onze gemeente. Wij hebben als burger ook te maken met problemen in de directe omgeving (bijv. Eindhoven Airport) of in de wijdere omgeving (bijv. klimaatverandering). Als wereldburger hebben we ook een stukje verantwoordelijkheid voor hetgeen in de rest van de wereld gebeurt. Het opkomen voor “kwetsbaarheid” houdt voor Kernbeleid niet op bij de gemeentegrens.

14. Samenwerking 

De rijksoverheid heeft de laatste jaren meer en meer taken bij de gemeente ondergebracht. Denk hierbij aan zaken uit het sociaal domein als de Jeugdzorg de participatiewet en de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). De gemeente Eersel werkt daarom op vele gebieden samen met andere gemeenten om bepaalde doelen en taken zo goed mogelijk te bereiken. Soms om kosten te besparen, soms omdat het wettelijk moet en soms omdat we zelf de kennis niet (of onvoldoende) in huis hebben. Kernbeleid is van mening dat daardoor ook het bestuur op afstand komt en de verantwoordelijkheid met velen wordt gedeeld. Dit is soms niet wenselijk. Dan kan een gemeentelijke herindeling een oplossing zijn om meer grip te hebben op de samenwerking of om zaken zelfstandig uit te voeren. Daarbij heeft Kernbeleid wel enkele voorwaarden. Zo moet de identiteit van alle samengevoegde kernen behouden blijven. Ook wil Kernbeleid daar waar kan meer verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid bij uitvoeringszaken afdragen aan goed functionerende dorpsraden of leefbaarheidsgroepen.

 

Direct contact
Telefoon: 0641873071
Email: hmj.wijnands@live.nl
 
Adres Hoogstraat 5
Postcode 5521NK
Plaats Eersel